RIVM maakt resultaten landelijk onderzoek naar PFAS in moedermelk bekend
01 jul. 2026
PFAS Gezondheid en milieu
In moedermelk van Nederlandse vrouwen zitten kleine hoeveelheden PFAS. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM. Het RIVM en het Voedingscentrum adviseren om borstvoeding te blijven geven, als dat mogelijk is. Ook al krijgen kinderen daardoor een beetje PFAS binnen.
Onderzoek RIVM
Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar PFAS in ruim 1.600 moedermelkmonsters uit 2020 en 2021. In 82 procent van de monsters bleef de hoeveelheid PFAS onder de risicogrens voor moedermelk. In 18 procent van de monsters lag de hoeveelheid hoger dan de risicogrens. De concentraties PFAS in moedermelk zijn afgenomen in vergelijking met eerder onderzoek uit 2014. Dat is voorzichtig positief en suggereert dat maatregelen (zoals een verbod op PFAS) effect kunnen hebben.
Meer dan de risicogrens, wat betekent dat?
PFAS kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij baby’s en kinderen kan te veel PFAS invloed hebben op het immuunsysteem. Als de hoeveelheid PFAS boven de risicogrens komt, kunnen we negatieve effecten op het lichaam niet uitsluiten. Dat betekent niet dat een kind daar iets van merkt of ziek wordt. Of iemand ziek wordt, hangt af van verschillende zaken, zoals:
- hoeveel PFAS iemand over een langere periode binnenkrijgt;
- erfelijkheid;
- leefstijl;
- en leefomstandigheden.
De GGD blijft borstvoeding aanbevelen
Het nieuws dat moedermelk PFAS bevat, kan ouders onzeker maken over het geven van borstvoeding aan hun baby. Dat is begrijpelijk. Het advies over borstvoeding verandert niet. Het RIVM, het Voedingscentrum en GGD blijven borstvoeding aanbevelen. Het geven van borstvoeding heeft positieve effecten voor de gezondheid van de baby. Borstvoeding zit vol beschermende stoffen die belangrijk zijn voor de groei en afweer van je baby. De voordelen van borstvoeding zijn groter dan de mogelijke nadelen van PFAS. Daarom heeft het geven van borstvoeding de voorkeur, voor zover dat past bij de situatie van moeder en kind.
Lees meer in de duiding van het Voedingscentrum.
Nederlanders krijgen te veel PFAS binnen
De resultaten van dit onderzoek passen in een breder beeld. Eerder onderzoek liet al zien dat mensen in Nederland via voedsel en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen. Ook hebben bijna alle Nederlanders meer PFAS in hun bloed dan de gezondheidskundige grenswaarde.
PFAS komen in heel Nederland voor, bijvoorbeeld in de bodem, voedsel en het drinkwater. Deze stoffen breken nauwelijks af en blijven daardoor lang aanwezig in het milieu en in het lichaam.
Minder blootstelling aan PFAS is hard nodig
Om gezondheidsrisico’s te verkleinen, moeten we minder PFAS binnenkrijgen. Daarvoor zijn vooral maatregelen nodig van overheid en bedrijven om PFAS aan de bron aan te pakken. Je kunt zelf niet zoveel doen om te voorkomen dat je PFAS binnenkrijgt. Wel helpt het om gevarieerd te eten en voldoende water te drinken. Ook kun je proberen om zoveel mogelijk voor PFAS-vrije producten te kiezen.
Reactie GGD Zuid-Holland Zuid
GGD ZHZ vindt de uitkomsten van het RIVM-onderzoek zorgelijk. PFAS horen niet thuis in moedermelk, en ook niet in het lichaam of de leefomgeving. Het rapport onderstreept dat verdere blootstelling aan PFAS omlaag moet.
GGD ZHZ vindt stevige maatregelen aan de bron nodig. Bedrijven moeten minder PFAS gebruiken en uitstoten. PFAS moeten zo snel mogelijk uit consumentenproducten verdwijnen. Ook in de industrie moeten bedrijven PFAS zo snel mogelijk vervangen door veilige alternatieven.
Meer weten?
Wil je meer weten over PFAS in moedermelk? Bekijk de informatie van: