Vraag en antwoord
Op deze pagina vindt u de meest gestelde vragen over toezicht op kinderopvang. Staat uw vraag er niet tussen? Dan kunt u altijd contact met ons opnemen via telefoonnummer 078-770 85 00 (op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur). Of stuur een e-mail naar toezichtkinderopvang@ggdzhz.nl.
Heeft u een vraag over handhaving? Kijk dan op de website van de gemeente.
De GGD houdt toezicht op kinderopvang. Wat betekent dit?
Vanaf het moment dat een kind ongeveer zes weken is tot het moment dat het de basisschool verlaat, kan het naar de kinderopvang. In Nederland zijn er verschillende vormen van kinderopvang, namelijk: kinderdagverblijven, gastouderbureaus, gastouders en buitenschoolse opvang. Toezicht houden betekent dat al deze vormen van kinderopvang worden getoetst op wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen.
De kern van de kwaliteitseisen is dat kinderen volop de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en veilig en gezond op te groeien. De GGD houdt toezicht op naleving van deze eisen en draagt zo bij aan het waarborgen van die kwaliteit van de kinderopvang. Het welzijn van kinderen is het belangrijkste bij opvang.
Waar controleert de GGD op bij kinderopvang?
De GGD controleert of kinderopvang voldoet aan de wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De onderwerpen waar onder andere op wordt gecontroleerd zijn:
- Pedagogisch beleid en praktijk
- Voorschoolse educatie
- Deskundigheid van het personeel
- Veiligheid- en gezondheidsbeleid en praktijk
- Meldcode kindermishandeling
- Oppervlakten en inrichting van de ruimtes
- Groepsgrootte en het aantal kinderen per beroepskracht
- Informatie voor en inspraak van ouders
- Omgang met klachten
- Bij gastouderbureaus kijken we ook naar de administratie
Wie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van kinderopvang?
Houders, de aanbieders van kinderopvang, zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van kinderopvang.
Wat is de rol van de gemeente? Wat is de rol van de GGD?
De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op de kinderopvang. De GGD is bij wet aangewezen als uitvoerder van het toezicht.
Hoe vaak zijn er controles (‘inspecties’) door de GGD?
De GGD bezoekt alle kinderopvanglocaties (kinderdagverblijven, gastouderbureaus en buitenschoolse opvang) in Nederland minimaal één keer per jaar voor een (onaangekondigde) inspectie. Gastouders worden steekproefsgewijs bezocht. Dit alles doet de GGD ‘risico gestuurd’. Dat houdt in dat er meer toezicht wordt gehouden als dat nodig is en minder waar dit kan.
Welke soorten onderzoek zijn er?
De GGD voert verschillende soorten onderzoeken uit. Welke dat zijn, staat op deze pagina.
Wat als een kinderopvanglocatie niet aan alle kwaliteitseisen voldoet?
- De GGD voert een inspectie uit en legt de bevindingen vast in een rapport.
- Voldoet een kinderopvanglocatie wel aan de wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen? Dan hoeft er niks te worden opgelost. De GGD stelt de gemeente hiervan op de hoogte.
- Voldoet een kinderopvanglocatie niet aan de wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen? Dan krijgt de kinderopvangorganisatie in sommige gevallen de mogelijkheid om de tekortkoming(en) op te lossen.
- Tekortkomingen waarvoor wel herstel geldt tijdens het inspectieonderzoek
- De toezichthouder van de GGD kan een herstelaanbod doen aan de kinderopvangorganisatie. Dit is een aanbod met herstelmaatregelen en afspraken. Het is geen recht, maar een mogelijkheid die de toezichthouder inzet voor een snel herstel van de tekortkoming(en). De afweging hiervan ligt bij de toezichthouder.
- Tijdens de vastgestelde hersteltermijn van maximaal 4 weken krijgt de kinderopvangorganisatie de mogelijkheid om de herstelmaatregelen uit te voeren en de vastgestelde tekortkomingen juist op te lossen.
- Wanneer de houder laat weten dat de herstelmaatregelen zijn uitgevoerd of na het aflopen van de hersteltermijn, controleert de GGD of de tekortkomingen juist zijn opgelost. De bevindingen legt de toezichthouder vast in een (concept) inspectierapport. Deze wordt naar de houder gestuurd zodat deze hierop kan reageren via een ‘zienswijze’.
- Zijn de tekortkomingen juist opgelost? Dan volgt het advies ‘niet handhaven’ aan de gemeente.
- Zijn de tekortkomingen niet juist opgelost? Dan volgt het advies ‘handhaven’ aan de gemeente. De gemeente vervolgt de handhaving volgens het vastgestelde handhavingsbeleid. Dit beleid staat op de website van gemeenten.
- Tekortkomingen waarvoor geen herstel geldt tijdens het inspectieonderzoek
- Uit het inspectieonderzoek kunnen tekortkomingen komen waarvoor geen herstelaanbod geldt. Dit kan liggen aan de hoeveelheid of de aard van de tekortkomingen. De GGD stuurt de houder een (concept) rapport met de tekortkomingen en de gemeente het advies om te handhaven. De houder krijgt de mogelijkheid om hierop te reageren via een 'zienswijze'.
- Als de houder een zienswijze heeft ingediend, voegt de GGD de zienswijze toe aan het inspectierapport en maakt het rapport definitief. Zowel de houder als de gemeente ontvangen het definitieve inspectierapport.
- Uit het inspectieonderzoek kunnen tekortkomingen komen waarvoor geen herstelaanbod geldt. Dit kan liggen aan de hoeveelheid of de aard van de tekortkomingen. De GGD stuurt de houder een (concept) rapport met de tekortkomingen en de gemeente het advies om te handhaven. De houder krijgt de mogelijkheid om hierop te reageren via een 'zienswijze'.
- Handhaving door de gemeente
- De gemeente besluit vervolgens of ze het advies volgen en dus of ze wel of niet handhaven. Als de gemeente inderdaad een handhavingstraject start, kan de gemeente de GGD de opdracht geven om een nieuw onderzoek te doen. Dit heet een ‘nader onderzoek’ en kan alleen na de hersteltermijn en volgens het handhavingsbeleid plaatsvinden. Het doel van een ‘nader onderzoek’ is beoordelen of de houder de tekortkomingen inmiddels wel heeft opgelost.
- In een nieuw rapport beschrijft de toezichthouder van de GGD de bevindingen en of de tekortkoming(en) juist zijn opgelost. Bij een nader onderzoek heeft de houder niet de mogelijkheid om te reageren via een zienswijze. De GGD deelt het definitieve rapport met de gemeente en de houder.
- Zijn de tekortkomingen juist opgelost? Dan volgt het advies ‘niet handhaven’ aan de gemeente.
- Zijn de tekortkomingen niet juist opgelost? Dan volgt het advies ‘handhaven’ aan de gemeente. De gemeente vervolgt de handhaving volgens het vastgestelde handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid staat op de website van gemeenten.
Wie brengt medewerkers, ouders, verzorgers en andere betrokkenen op de hoogte van de resultaten van een inspectieonderzoek?
Het is de verantwoordelijkheid van de kinderopvangorganisatie om medewerkers, ouders, verzorgers en andere betrokken op tijd op de hoogte te stellen van de resultaten van een inspectieonderzoek. Vragen over handhaving kunnen worden gesteld aan de gemeente.
Kan ik ergens lezen wat de uitkomsten zijn van het onderzoek door de GGD?
Ja, de uitkomsten van een inspectie door de GGD en het advies aan de gemeente worden samengevat in een inspectierapport. Deze zijn openbaar en staan op de website van het Landelijk Register Kinderopvang.
Wat kunt u doen als u twijfels of zorgen hebt over kinderopvang?
Bent u niet tevreden over de kwaliteit van de kinderopvang, buitenschoolse opvang of het gastouder(bureau)? Bespreek dit eerst met de kinderopvang zelf. Zij kunnen u het beste uitleggen wat de situatie is en eventueel verbeteringen aanbrengen.
Heeft u signalen dat een kinderopvang, gastouder of gastouderbureau niet aan de wettelijke eisen voldoet? Dan kunt u een melding doen bij de GGD. Doe dit zo concreet mogelijk. Voor GGD Zuid-Holland Zuid kunt u een melding doen via toezichtkinderopvang@ggdzhz.nl of via telefoonnummer 078-770 85 00 (op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur). U kunt ook anoniem een melding doen bij de GGD. De GGD behandelt de melding vertrouwelijk.